woensdag 7 oktober 2009

From West to East

Op Vancouver Island stonden na onze walvistrip nog een bezoek aan Tofino en Victoria op het programma. Tofino is gelegen aan de westelijke kust van Vancouver Island en is voornamelijk geliefd bij surfers. Omdat niemand van ons kan surfen, hebben we het maar gehouden op een strandwandeling en een wandeling doorheen het nabijgelegen regenwoud. Na Tofino zijn we richting Victoria gereden. Victoria ligt ten zuiden op Vancouver Island en is de hoofdstad van de provincie British Columbia en tevens de oudste stad van West-Canada. De stad heeft een zeer grote Britse invloed wat goed te merken is aan de gebouwen. Hoewel dit bezoek eerst niet op het programma stond, hadden we er toch tijd voor gemaakt en gelukkig maar, want Victoria is een absolute aanrader.
Hieronder enkele foto's van Victoria...



Op 24 september maakten we weer de oversteek naar het vaste land. We namen de laatste ferry om 21u en kwamen ’s avonds laat aan in downtown Vancouver. Vancouver is de grootste stad van British Columbia. In 2010 zal de stad de Olympische Winterspelen organiseren, in samenwerking met het nabijgelegen Whistler. Vancouver is één van de steden (misschien wel DE stad) met het grootste aantal verschillende nationaliteiten. Voornamelijk Aziaten wonen hier in groten getale, Azië is dan ook niet ver gelegen in vogelvlucht. Na 3 weken rondreizen met ons, vertrokken Hans en Liesbet vanuit Vancouver weer naar huis. Wij bleven nog een dag extra in Vancouver en bezochten onder andere Stanley park, en reden daarna via het Okanagan wijngebied weer door naar Banff.



Een gigantische Inukshuk aan de kust van Vancouver: het teken voor vriendschap, en tevens het logo van de komende Olympische Winterspelen.

Een wasbeer in downtown Vancouver.

Defilé van de Canadese Rijkswacht (RCMP-GRC) in Stanley park.

Na 7 maanden wonen en reizen in het westen van Canada en Alaska mogen we wel zeggen dat we dat deel zo goed als volledig hebben gezien. Daarom dat we terug naar het Oosten wilden trekken, waar alles veel dichter bij elkaar ligt (naar Canadese normen dan toch) en, nu we geen auto meer hebben, waar openbaar vervoer meer voorhanden is. Onze auto hebben we in Banff kunnen verkopen aan een collega van Safeway. We regelden met een andere collega van Safeway een lift naar onze Belgische vrienden Gert & Helen in Stavely (100 km ten zuiden van Calgary) waar we nog een deel bagage hadden staan. De trip van Calgary naar Montréal hebben we per vliegtuig gedaan, een binnenlandse vlucht van 4u30 min. Voor ons vertrek moesten de vleugels ijsvrij gemaakt worden want de eerste sneeuw en ijs was reeds daar. Het is begin oktober en de winter is gearriveerd in Calgary. In Banff gaat op 31 oktober het eerste skigebied al terug open.

Op zondag 4 oktober kwamen we ’s morgens toe in Montréal. Onze aankomst was geheel verschillend van onze aankomst in december. Geen sneeuw maar warme temperaturen. Of hoe een stad er hier compleet anders uitziet naargelang het seizoen.

Na 9 maanden reizen, waarvan 3,5 maanden gewerkt te hebben, schiet er van ons reisbudget weinig tot niets meer over. Het moet gezegd worden dat het leven in Canada duurder is in vergelijking met België. We moeten dus terug op zoek naar een woonst en werk voor een tweetal maanden. Echter onze hoop is minimaal… tijdens onze eerste maand hier in Montréal hebben we gemerkt dat hier werk vinden zo goed als onmogelijk is. En uiteindelijk zouden we hier enkel maar werken om onze huur te betalen. Daarom hebben we de beslissing genomen om een tweetal maanden vroeger terug te keren naar Europa. Toch wel met een beetje spijt in het hart omdat het voor ons een buitenkans was om te ervaren hoe het is om in Noord-Amerika te wonen. We hebben veel gezien en veel gedaan, we waren in het Oosten, het Westen en het Noorden, en we hebben de vier seizoenen beleefd. We zijn er ons dan ook van bewust dat de winter er weer aankomt, en dat is voornamelijk voor Tiny niet de meest aangename periode. Hierdoor is onze terugvlucht een feit en komen we op maandag 12 oktober om 14.45 uur in Zaventem toe.

Nog even vermelden dat we met British Airways terugvliegen maar dat dit de zoveelste keer problemen schept! Daarom de wijze raad aan iedereen, vlieg nooit maar dan ook nooit met British Airways. Ik zal in een latere post de problemen uitleggen maar het komt er op neer dat we een extra van € 300 hebben moeten betalen om onze eerder geboekte vlucht te mogen nemen.

donderdag 24 september 2009

Visit from Belgium

Groepsfoto voor Lake Louise.

Na 4 dagen rijden (± 4.500 km) kwamen we weer aan in de regio rond Banff. De rit was lang en vermoeiend, maar dit was al snel vergeten toen we op zaterdag 5 september onze Belgische vrienden Hans en Liesbet in Calgary konden oppikken. Met hen maken we gedurende drie weken een rondreis doorheen de provincies Alberta en British Columbia.

Onderweg gestopt in Lillooet, het centrum van de bosbranden. De branden waren uitgedoofd, maar de rook bleef nog lang in de bergen hangen.

Na het leuke weerzien in de luchthaven van Calgary, reden we dadelijk door naar Banff, de plaats waar Jurgen en ik zo’n 4 maanden hebben gewoond en gewerkt. Na een eerste kennismaking met het dorpje en onze vrienden & collega’s, lieten we hen de eerste dag ook al kennismaken met een echte Canadees-Amerikaanse barbecue… hamburgers en hotdogs. De volgende dagen vulden we voornamelijk met sight-seeing en wandelen in en rond Banff zoals Lake Minnewanka, Johnson Lake, Cave en Basin, hoo-doos, Bow falls, Lake Louise, Moraine Lake,… Jammer genoeg was het koude weer ons ook tot in Banff gevolgd, maar dat was dan weer meegenomen voor ons plan voor maandag 7 september. Voor de 30ste verjaardag van Hans (en ook de 30ste verjaardag van Liesbet eerder in het jaar) gaven we hen een dagje relaxen cadeau in de spa van Château Fairmont te Banff. Na een stevig Canadees ontbijt, en een (minder) stevige wandeling, gingen we met z’n allen uitzweten in sauna en thermen.

Onze eerste avond samen.

Een dagje relaxen in de spa van het Fairmont hotel te Banff.

Na 4 dagen Banff reden we in westelijke richting over de Icefield Parkway tot in Jasper. Ook deze route hadden Jurgen en ik al meermaals gedaan, maar het blijft indrukwekkend om dit mooie stukje van Canada telkens weer te zien. Mistaya Canyon, Peyto Lake, Columbia Icefield, en ook verderop Maligne Lake zijn de hoogtepunten. Dit keer zijn we eveneens voor het eerst tot aan de voet van de Athabasca gletsjer gewandeld.



Onderweg naar Wells Gray Provincial Park, reden we langsheen de Mount Robson, de hoogste top (3.954 m) van de Canadese Rocky Mountains. Naar het schijnt is de bergtop op de meeste dagen in wolken gehuld, maar ons geluk zat mee… er was geen wolkje aan de lucht. Wells Gray Provincial Park is een 5.200 km² groot berglandschap met grote meren en imposante watervallen. De meest indrukwekkende was de 135 m hoge Helmcken waterval. In de Bailey’s Chute konden we nog zien hoe nu en dan een zalm tegen het onmogelijke aan een waterversnelling probeert over te springen. De grote zalmentrek is echter voorbij, in de maanden juli en augustus is dit meer spectaculair. Op het Clearwater Lake deden we aan één van de meest populaire Canadese sporten: kano varen. Met twee kano’s verkenden we een stukje van het meer en haar mooie kleine strandjes. Het was ook in dit park dat Hans en Liesbet hun eerste twee zwarte beren in het wild hebben kunnen spotten. Vanaf zonsopgang maakten zij een begeleide wandeling met gids naar één van de minder toeristische Sylvia watervallen. Ook zagen we met z’n allen onze eerste grijze wolf. Goed te zien doorheen de verrekijker, maar jammer genoeg veel te ver weg voor een foto.

Mount Robson

Helmcken waterval

Dawson waterval

De laatste krachtpogingen van een zalm.

Kano varen op het Clearwater meer.

Onze volgende stop waren de plaatsjes Stewart in Britisch Columbia en Hyder in het meest zuid-oostelijke puntje van Alaska. Stewart is een oud mijnwerkersplaatsje. De bergen rondom zijn rijk aan bodemschatten zoals goud, koper en zilver. Hyder ligt op zo’n 3 km van Stewart en is met zijn negentig inwoners bijna een spookstad. De huizen maken een wat verwaarloosde indruk. Van zo gauw we de grens tussen Canada en USA overstaken veranderde ook de asfaltweg in een slecht berijdbare zandweg. Naast de spectaculaire, blauwwitte Salmon gletsjer, was ons uitstapje naar Fish Creek één van de hoogtepunten van de reis. Uren en uren hebben we hier in de gietende regen gespendeerd naar het kijken van grizzly beren die de laatste zalmen uit de rivier kwamen eten om voldoende calorieën op te doen voor hun winterslaap. Vanop een houten platform was het wachten tot er een beer vanuit de bossen verscheen. Aangezien ’s morgens en ’s avonds de kansen vergroten om een beer te spotten, waren we er al vanaf 7u, d.i. zonsopgang, bij. Met onze 3-daagse pas zagen we drie dagen op een rij ’s morgens en/of ’s avonds vier verschillende grizzly beren zwemmen, wandelen, rennen, vis vangen en eten. Het is nu afwachten of dit de laatste beren zijn die we dit jaar in het wild hebben gezien. De rit terug naar Stewart ging telkens langsheen de Canadese grenscontrole waar paspoorten werden gecontroleerd. Een Amerikaanse grenscontrole was er niet, waardoor je ongemerkt Amerika binnen kon. Een unicum in het strengbeveiligde USA. Politie is er eveneens niet in Hyder, problemen worden door de bewoners zelf opgelost, op hun manier…

Salmon gletsjer



Op zaterdag 19 september zijn we vanuit Stewart tot in Prince Rupert gereden waar we de volgende dag de ferry hebben genomen naar Vancouver Island. Deze keer ging de auto mee. Een hele dag lang vaarden we in zuidelijke richting in het Canadese deel van de Inside Passage. Aangekomen op het eiland, gingen we de volgende dag op excursie voor het zien van walvissen, inclusief orka’s (of killer whales). Een ongelofelijke ervaring! Eerst zagen we een strandje met wel 100 zeeleeuwen, iets verderop een strandje met zo’n 30 zeehonden, en nadien was het de beurt aan de walvissen. Humpback walvissen lieten zich zien met hun rugvin, en af en toe ook met hun staart bij het onderduiken. Killer walvissen (orka’s) blijven langer aan het wateroppervlak zwemmen, en zijn dus goed te volgen a.d.h.v. hun rugvin. Dolfijnen maken het alleen nog leuker door als een zwerm bijen rondom de orka te springen. Onze gids vertelde vol passie over het leven van de orka’s en dat zij in families blijven leven en tot wel 90 jaar oud kunnen worden. Een orka in gevangenschap haalt slechts 7 jaar! Iedere familie is benoemd met een letter en iedere individuele orka is benoemd met een nummer (bv. B34). Een doctoraatstudie van enkele jaren geleden heeft alle orka's hier aan Vancouver Island benoemd a.d.h.v. de vorm van de vin en de witte moedervlek er net achter.

Een groepje zeeleeuwen.

Humpback walvis

Orka's

vrijdag 28 augustus 2009

Alaska



Onderweg naar Alaska zijn we eerst nog gestopt in Dawson city, een oude gouddelversstad op slechts 240 km ten zuiden van de poolcirkel. Wij waren er op Discovery Day, d.i. 16 augustus, waarop de spectaculairste goudvondst van de eeuw werd gedaan. Nu nog zijn er nog altijd gouddelvers die de dalen omwoelen en tonnen modder en gesteente uitspoelen om enkele grammen goud te vinden. We bezochten er de Gold Dredge n°4, een indrukwekkend grote schepradgraafmachine die na 1900 op grootschalige wijze de beekdalen aan de Klondike rivier omwoelden om ook maar het kleinste stukje goud eruit te spoelen. In de stad leek of de tijd had stil blijven staan. We zagen er mooie houten huizen geschilderd in allerlei kleuren, maar ook lege percelen waarop oude machines en ijzer liggen te roesten en wegzakkende oude gebouwen. Houten plankiers liggen langs de onverharde straten die al gauw in een modderpoel veranderden toen wij er waren door het slechte weer. 's Avonds gaat het er als vroeger aan toe in de saloons en casino's met cancanmeisjes.



Vanuit Dawson vertrekt de Dempster snelweg, een 735 km onverharde weg die over de poolcirkel heen naar de noordkust van Noord-Amerika leidt. Tot het eindpunt Inuvik ligt er slechts één hotel, een paar kampeerterreinen en twee kleine indianennederzettingen langs de route. Omdat we één week tijd hadden verloren door pech aan onze auto, en omdat ikzelf er niet echt op uit was om even heen en weer te rijden op een eenzame lange zandweg (maar Jurgen des te meer), hadden we besloten om bij km paal 72 op de camping te overnachten en de volgende dag terug te keren. Ook hadden we geen geluk met het weer. Regen en laaghangende wolken belemmerden het zicht volledig. Het leek wel of we het slechte weer de hele reis met ons meenamen want overal waar we kwamen hoorden we dat ze een heel goede zomer hadden gehad. Wij waren blijkbaar steeds op de verkeerde natte plek. De hete droge dagen zorgden dan weer voor heel wat bosbranden voornamelijk in de Yukon, Britisch Columbia en Alaska, maar die waren dan weer gelukkig voorbij toen wij toekwamen.



We reden Alaska binnen via de Top of the World snelweg, een eenzame weg door toendra gebied die door het noorden van Canada loopt. Onze eerste bestemming was Valdez, één van de belangrijkste havens in Alaska en het eindpunt van de Alaska pijpleiding die de ruwe olie van de noordkust van Alaska over een afstand van 1280 km naar de enorme tankerterminal aan de baai van Valdez brengt. Vandaar uit varen tankschepen op en af met de westkust van de USA. Slechts enkele kilometers voor de kust van Valdez liep in 1989 de supertanker Exxon Valdez aan de grond en veroorzaakte de tot dusver grootste milieuramp van Amerika. Met een excursieboot maakten we een tour in de Prince William Sound, de 40.000 km² grote baai met dichtbeboste fjorden, talloze eilandjes en gletsjers die van de omgevende bergen omlaag lopen. Een groot deel van zuidelijk Alaska is bedekt met sneeuwvelden en gletsjers; één ervan heeft de omvang om volledig Zwitserland met ijs te bedekken. Tijdens onze boottocht zagen we de Columbia en Meares gletsjers, otters, zeeleeuwen, zeehonden, Amerikaanse zeearenden, puffins (papegaaiduikers) en een walvis.

Zicht vanaf de Top of the World snelweg.

De Alaska pijpleiding

Prince William Sound

Jurgen aan dek.

De Meares gletsjer.

Een grote vissersboot voor een nog hogere muur van ijs.

Een groepje zeehonden op een ijsschots in het water.

De otter

Na onze boottocht hebben we terug aan land wel één uur stil gestaan bij de duizenden zalmen die aan het einde van hun cyclus terug naar de kust komen gezwommen. Zo indrukwekkend was het. Zalmen liggen er zij aan zij in het lage water eitjes te leggen en komen nadien het droge opgesparreld waar ze voor onze ogen stierven. Zeevogels maken het allemaal nog erger door in de ogen en kieuwen te pikken terwijl de vis nog leeft. Door het visrijke water gaan veel inwoners met hun eigen boot vissen om dan hun diepvriezer voor de winter met vis te kunnen vullen. Aan de kade kan je voor 1 dollar je zalm laten fileren. Eén van de visfilleerders daar was Patrick Olsen, hij staat in het Guiness Book of Records met de kortste tijd om een zalm te filleren, nl. 3,4 seconden. We geraakten met hem aan de praat, we gaven hem een rit naar zijn huis (lees staancaravan), en als dank gaf hij ons 4 potjes mee met zelf-gerookte zalm, inktvis en caribou stew. Caribou eten is eerder een uitzondering aangezien zij beschermd zijn in Noord-Amerika, behalve dan voor de natives (eskimo’s en indianen). Als oorspronkelijke bewoners van Canada mogen zij hier op bijna alles jagen. In de winter – zo vertelde hij met alle fierheid - jaagt hij op otters en zeehonden waar hij sjaals, mutsen en schoenen van maakt. Toen we dit hoorden was het even slikken… in België tekenen we juist petities tegen hen om dit tegen te gaan.



Onze volgende haltes in Alaska waren eerst Anchorage en nadien Seward. Anchorage is met bijna 260.000 inwoners de enige grote stad in Alaska (en Noord-Amerika). Voor kleding komen veel inwoners van andere dorpen in Alaska naar hier inkopen doen, als ze het al dan niet online bestellen. Seward is net als Valdez een gezellig havenplaatsje. Hoogtepunt daar is de Exit gletsjer waar we tot vlak bij zijn gewandeld. Ook daar hadden we één van de betere couchsurf ervaringen. We bleven overnachten bij Courtney, haar lieve kat Bandit, haar Terrier Toby en haar Deense Dog Clouseau (alias Bubba, zoals ze hier vaak grote mensen/dieren noemen). Zij nam ons mee voor avondeten bij haar schoonouders in hun prachtige villa, en nadien naar de plaatselijke bar. We hadden een geweldige amusante tijd met haar.

Heilbot aan de haak.

De Exit gletsjer

Nadien reden we verder door naar het noorden richting Denali NP, één van de grootste nationale parken in Amerika. Het zag er mooi uit toen we die richting uitreden… de hoogste berg van Noord-Amerika bedekt onder eeuwige sneeuw, d.i. de Mount McKinley (6194 m), zagen we van ver in de zon glintsteren. Maar toen we daar aankwamen, en ook de volgende dag, belemmerden lage wolken weer het zicht. Volgens het weerbericht zou het ook de volgende dag volledig bewolkt zijn, en zijn we dus maar vlugger dan voorzien doorgereden, dit keer naar de nog meer noordelijk gelegen stad Fairbanks. Maar de weermannen kunnen zich hier ook serieus vergissen want de volgende dag was het volledig open, bijna geen wolkje aan de lucht. We zagen de bergen van ver liggen en wilden zo graag het park weer in, maar we hadden ons plan gewijzigd en konden nu moeilijk terug rijden. Wat we nu wel konden bezoeken is het dorpje North Pole, en het "huis" van de kerstman (is gewoon een winkel met kerstversiering). Kinderen van over de hele wereld sturen hier hun briefje naar toe (www.santaclaushouse.com).



Vanaf het eindpunt van de Alaska snelweg in Delta Junction begonnen we aan onze tocht terug naar Calgary. Op een kleine week tijd zullen we zo’n 4.000 km rijden om op 5 september Hans en Liesbet op de luchthaven op te pikken. Met hen gaan we verder rondreizen in Alberta en Britisch Columbia. Onze vakantie zit er dus nog niet op! Hopelijk kunnen we dan wel beter weer verwachten.



Een boodschap in de plaatselijke supermarkt maakt duidelijk dat we ver in het noorden zijn:

woensdag 19 augustus 2009

Some extra days in Whitehorse

Van 5 tot 15 augustus waren we nogmaals in Whitehorse, de hoofdstad van Yukon. Dit was langer dan voorzien, maar de directe aanleiding hiervoor was pech aan onze auto. Donderdag 6 augustus hadden we een afspraak bij de Ford garage voor de schatting van de reparatie kost. Resultaat was een offerte van zo’n 1000 dollar, een fikse brok van ons reisbudget. Maar veel keus hadden we niet… bij een andere garage was de herstellingskost bijna dubbel zo groot, en de auto verkopen en een nieuwe kopen zou ons veel tijd en misschien nog meer geld kosten. De reis naar Alaska wilden we niet opgeven, dus hebben we toch maar beslist de auto achter te laten in de garage voor reparatie... een dure onvoorziene wending van ons reisprogramma.

In tussentijd hadden we via couchsurfing contacten gezocht om onze tijd in Whitehorse zo goed mogelijk door te brengen. Zo brachten we de meeste tijd door bij Chantal en haar roommates. Zij brachten ons de eerste avond naar een bouldering festival, d.i. een festival voor klimmers waarbij grote losstaande rotsen kunnen worden beklommen. Na een uur rijden op een slecht berijdbare zandweg kwamen we aan op de bewuste plek in de bossen. De volgende dag hadden ook zo’n 100 andere deelnemers van verschillende regio’s van Canada, USA en Europa hun weg ernaar toe gevonden.

Chantal

Samba en Mitaine, en Alain op de achtergrond.

Net zoals Banff, trekt ook Whitehorse veel jeugd aan van over heel Canada voor de extreme outdoor sporten. In de zomer is het voornamelijk wandelen, mountain biken, rafting, kayaking en bergbeklimmen. In de winter is dit langlaufen en skiën. Echter skiliften zijn hier niet voorzien; via helikopter, sneeuwscooter of te voet moet je eerst naar boven.


Mark, de roommate van Chantal, heeft zijn eigen vliegtuigje. Hij nam ons mee op een 1 uur durende vlucht boven de omgeving. Op enkele bighorn sheep na, zagen we niet meer dan eenzame uitgestrekte berg valleien met meren, een ongelofelijk mooi zicht.
Alain, de buur van Chantal is eveneens piloot. Hij werkt bij de lucht ambulance. In heel Yukon, een gebied van ongeveer 483.450 km², is er slechts één ziekenhuis. Patiënten die een spoedgeval hebben, worden gratis (op kosten van de overheid) met het vliegtuig naar Whitehorse gevlogen.


Een andere nationale sport hier is vissen en jagen. Nu de zalmtrek bezig is, wordt er dan ook duchtig op zalm gevist. Enkele weken geleden is in Yukon eveneens het jachtseizoen geopend. Dit jaar wordt er op elanden en wapiti’s gejaagd. Het geschoten dier wordt meestal ter plaatse versneden waarbij het karkas en ingewanden mogen achtergelaten worden voor andere roofdieren. Per jager mag er maximum één eland worden gedood.

vrijdag 7 augustus 2009

Anan Creek Bear Observatory

De fotograaf in actie...

Anan Creek heeft één van de grootste zalmtrekken van Zuidoost-Alaska. Zwarte beren en grizzly beren komen hier in de zomer samen voor de vangst op zalm. Vanuit Wrangell was het met een motorboot één uur varen naar de creek. Per dag worden door de US Forest Service slechts 65 licenties afgegeven om de creek te kunnen bezoeken. Een gids, gewapend met beerspray en een geweer, ging ons voor op de 600m lange wandelweg doorheen berengebied. Ter plaatse hadden we zicht vanaf een platform omsloten met een houten afsluiting, en een tweede meer gesloten uitkijkpunt vlak bij het water. Tot op een halve meter wandelden de beren naast ons of onder ons door. Ze keken al eens naar ons op maar hadden geen aggresieve neigingen. We zagen een twaalftal zwarte beren, één grizzly beer (ook wel bruine beer genoemd), en verschillende arenden.

Zwarte beer


Klik hier voor een filmpje van de zwarte beren.


Grizzly beer

Op zoek naar zalm...

... en een blokkade op ons wandelpad.

De grizzly is herkenbaar aan de bult op de rug t.h.v. de nek. Over het algemeen is de grizzly beer meer dominant en gevaarlijk dan de zwarte beer, maar op plaatsen waar eten bij overvloed is kunnen zij samen leven.

Klik hier voor een filmpje van de grizzly beer.


De Amerikaanse zeearend is het nationale symbool van de Verenigde Staten.


Pas wanneer de arend 3 tot 5 jaar oud is zal zijn bruinkleurige pluimenvacht veranderen in de karakteristieke zwarte en witte pluimen.



Een mooie afsluiter na een fantastische dag.

maandag 27 juli 2009

Southeast Alaska & Alaska Marine Highway

Op de Alaska Highway zijn we gestopt in Whitehorse, de hoofdstad van het Yukon Territory. Whitehorse is de grootste stad van noordelijk Canada en telt zo'n 22.000 inwoners, dit is meer dan twee derde van alle inwoners van het territory. De stad was aangenaam om in te vertoeven, had alles voorhanden, en je had er niet de drukte als in een grootstad. Naast rondhangen in downtown en bier drinken in de plaatselijke brouwerij, bezochten we de S.S. Klondike, een nationale historische bezienswaardigheid. Deze raderstoomboot vervoerde van 1937 tot 1955 goederen en passagiers, vnl. goudzoekers, over de Yukon rivier van Whitehorse naar Dawson city. Ook de grootste houten visladder was spectaculair om te zien. In de levenscyclus van de zalmen zwemmen zij terug naar hun geboorteplaats waar de vrouwtjes eitjes leggen en kort nadien zullen sterven. Door de aanleg van een grote electriciteitscentrale t.h.v. een stroomversnelling in de Yukon rivier, maakten ze voor de zalmen een visladder, dit is een omweggetje zodat zij hun geboorteplaats weer kunnen bereiken. Door grote onderwatervensters konden we de zalmen zien zwemmen. Verder brachten we in Whitehorse nog een bezoek aan de Ford garage. Onze auto durft wel eens bizarre geluiden maken, voornamelijk wanneer we een helling naar beneden rijden. En met de kilometers die nog op het programma staan, was een bezoek aan de garage zeker een must.

S.S.Klondike

Vissers halen met gemak kanjers van zalmen uit het water.


Dinsdag 21 juli kwamen we aan in Alaska (USA). Het eerste gedeelte van onze Alaska reis bestond uit een rondvaart in de Inside Passage, d.i. de 800 km lange smalle kuststrook van Zuidoost-Alaska. De Alaska Marine Highway is de vaarroute van de veerdienst die de plaatsen van de Inside Passage met elkaar verbindt. Naast het vliegtuig zijn de veerboten hier de enige vorm van openbaar vervoer. De veerdienst is een goedkopere manier (maar toch nog duur genoeg) dan het vliegtuig of de luxe cruiseschepen om de Inside Passage te verkennen. Van 22 juli tot 3 augustus maakten we een rondvaart met halte in volgende dorpen: Skagway > Juneau > Sitka > Wrangell > Petersburg > Skagway. Onze auto namen we niet mee, die bleef achter in Skagway. De veerboot bracht ons in een landschap van dichtbeboste fjorden en eilanden met talloze baaien en landtongen, omringd door hoge bergketens vol gletsjers. Ook het wildlife ontbrak niet... af en toe zagen we grote groepen walvissen nabij de boot. Alle dorpen, met uitzondering van Skagway, liggen op een eiland en zijn niet verbonden met het wegennet van de rest van de Verenigde Staten of Canada. Zelfs in de grotere plaatsen lopen de wegen slechts enkele kilometers de wildernis in. Hoewel de lokale bewoners niet echt gebrand zijn op de drukte van de cruise toeristen, vormen zij naast de visvangst en de houtindustrie wel een belangrijke bron van hun inkomsten. In de dorpjes die door de cruiseschepen worden aangelopen vindt je dus voornamelijk gift shops terug met veel kitch, juwelen en bontwinkels. Hoewel de staat Alaska geen tax heft op koopwaar, hanteren sommige dorpen alleen in de zomer toch een salestax voor de toeristenstroom. De independent travellers, zoals wij dus, apprecieren ze hier wel. Overnachten deden we bij couchsurfers, zoals bij de start van ons Canadees avontuur.

In Wrangell maakten we een daguitstap naar Anan Creek. Deze plaats ligt op ongeveer 50 km van Wrangell en is gekend voor de zalmtrek. Hier komen in juli en augustus bruine en zwarte beren samen om zich vol te steken met zalm. Ook de gekende Amerikaanse arenden waren er te zien. Omdat deze dag tot de hoogtepunten van onze reis behoort, maken we hiervan een aparte post op de blog.

Onze veerboot M/V Taku

Straatbeeld van Skagway met een cruiseschip op de achtergrond.

Zicht op het centrum van Juneau, de hoofdstad van Alaska.

Ambtswoning van de zonet afgetreden gouverneur van Alaska, Sarah Palin.

Mendenhall gletsjer nabij Juneau.

Vissersboten vormen het 'straat'beeld van de Inside Passage.

Door de grote verschillen in waterstand zijn veel woningen gebouwd op palen.

Een verlaten meertje op het eiland van Petersburg. De boot is eigendom van de gemeente maar mag door iedereen gratis worden gebruikt. Ook wij maakten een tochtje...

Ons verblijf in Petersburg bij onze couchsurf host Brannon, was een leuke ervaring. Aangezien zij 16 km van het centrum woonde, kregen wij haar auto ter beschikking. Deze stond op ons te wachten toen we om middernacht toekwamen, samen met de sleutels en richtlijnen tot haar huis. Zij verbleef bij vrienden zodat wij haar woning voor ons hadden, inclusief een sauna. Zij had ook haar eigen klein vissersbootje voor krabbenvangst. Zij nam ons mee naar 2 van haar in totaal 75 krabbenkorven en we kregen 8 verse krabben mee als dinner...


Dinner for two...

Onderweg een groepje luie zeeleeuwen.

maandag 20 juli 2009

Alaska Highway

Vrijdag 10 juli zijn we uit Banff vertrokken. Via de Icefield Parkway reden we nogmaals van Lake Louise naar Jasper, en hebben we onderweg de hoogtepunten overgedaan zoals Mistaya Canyon, Peyto Lake, Athabasca falls en Maligne Lake. Op highway 93A, ongeveer 30 km ten zuiden van Jasper, maakten we nu tevens een omweg naar het Cavell Lake en Angel Glacier. Ondanks deze gletsjer minder populair is dan de Columbia Icefields is dit toch zeker een bezoek waard. Via een korte wandeling kwamen we tot vlak bij het blauw-groene gletsjermeer en de voet van de gletsjer, een spectaculair zicht.

Peyto Lake

Maligne Lake

Cavell Lake

Na Jasper reden we verder naar het noorden, om via de Alaska Highway onze tocht verder te kunnen zetten. In slechts 8 maanden en 12 dagen werd in 1942 een 2.400 km lang tracé door de wildernis gehakt en verhard. Na de aanval op Pearl Harbor beval de Amerikaanse president Roosevelt, uit vrees voor een Japanse invasie via Alaska, deze snelweg aan te leggen. De Alaska highway loopt van Dawson Creek in British Columbia door het Yukon territory naar Fairbanks in Alaska en groeide uit tot een legendarische route naar het noorden. Door de vele provinciale en regionale campings langsheen de route is deze tocht vooral geliefd bij kampeerders. Vaak is de camping onbemand en moet je gepast geld achterlaten in een enveloppe. Soms zijn er alleen maar droge toiletten en geen douches; gratis brandhout is steeds voorhanden. Toch zijn de campings altijd heel verzorgd.

Het begin van de Alaska snelweg: Mijlpaal 0 in Dawson Creek.

Na 250 km op de Alaska Highway maakten we een afslag naar Yellowknife, de hoofdstad van de Northwest Territories en tevens Canada’s meest noordelijke stad. De Northwest Territories is 1,43 miljoen km² groot en telt slechts 43.000 inwoners waarvan de helft in Yellowknife wonen. De rest van de regio bestaat uit een ongekend groot, ongerept natuurgebied met slechts enkele nederzettingen van Inuit en Natives. Via de Liard en de Mackenzie snelwegen kwamen we aan in Yellowknife. Snelweg is een groot woord want van de in totaal 800 km, waren er 500 km op onverharde weg. Naast enkele andere toeristen, wegenwerkers en bewoners, kwamen we grote kudden buffels tegen, een zwarte beer, een vos en onze eerste lynx. De lynx stak de straat over, keek even naar ons op, en wandelde nadien rustig verder het bos in… een bevestiging dat de wildernis direct vanaf de zijkant van de weg begint. De dieren die we het meest tegenkwamen, maar die we liever niet zagen waren de muggen, dazen en grote libellen. Grote horden kwamen op ons af, met de gevolgen vandien… muggenbeten alom en jeuk die je niet kan houden. Bijna niet te geloven hoe zij kunnen overleven na een strenge winter van 7 maanden. Muggenmelk kan je hier niet missen. Jammer, want de avonden op de campings zouden anders zoveel mooier geweest zijn.

Op de overzetboot over de Mackenzie River: na meer dan 500 km zandsnelweg even tijd voor de plichten van de chauffeur, zorgen voor een leesbare nummerplaat en lichten.


Vele dorpen in het noorden van Canada zijn enkel in de winter over de weg bereikbaar. Tijdelijke wegen kunnen dan worden aangelegd over moerassige grond en meren die dan bevroren zijn. Op enkele maanden tijd wordt er zoveel mogelijk getransporteerd zodat men weer een jaartje verder kan.

Het begin van een ijsweg.

De lynx was ons iets te snel af voor de foto, maar toch nog herkenbaar aan de "pluimpjes" op de uiteinden van de oren.

Opgepast: traag verkeer op de snelweg.

Yellowknife heeft een oud en nieuw centrum. In 1934 kwamen de eerste blanke kolonisten naar Yellowknife toen er langs de oever van het Great Slave Lake goud gevonden was. Nu nog bezit de stad bloeiende mijnen van o.a. goud en steenkool. Sedert enkele jaren zijn er ook diamant mijnen in Yellowknife en noemen ze zich ook diamant hoofstad van Noord-Amerika. De stad heeft alles te bieden, maar je voelt toch dat deze geïsoleerd is van de rest van Canada. De bewoners transporteren zich voornamelijk via het vliegtuig.

Yellowknife: de naam is afkomstig van de koperen messen welke werden gebruikt in de mijnbouw om geen vonken te veroorzaken in aanwezigheid van de dynamiet.


Het transportmiddel bij uitstek in het noorden van Canada.

In de zomer met de boot naar huis en in de winter met de auto over het ijs.

Vrijdag 17 juli kwamen we weer op hetzelfde punt op de Alaska Highway aan van waaruit we richting Yellowknife zijn gereden, en hebben we ’s avonds overnacht in Liard River Hot Springs Provincial Park. Hier konden we ’s avonds laat nog even genieten in de warmwater bassins. Midden in de wildernis borrelt hier warm bronwater uit de bodem omhoog, met een temperatuur van boven 40°C.


Een eland om middernacht nabij de Liard bron.

Zaterdag 18 juli hebben we onze tocht verder gezet met een tussenstop in Watson Lake. Op zich is dit een heel klein dorpje, dat populair is geworden door het grootste plaatsnaambordenbos ter wereld. In 1942 tijdens de aanleg van de Alaska snelweg, had een Amerikaanse soldaat die heimwee had, het naambordje van zijn dorp opgehangen. Dit had tot gevolg dat er op de dag van vandaag meer dan 64.000 naamborden hangen. Elke toerist die hier passeert mag een bord met zijn woonplaats omhoog hangen. Tussen de borden uit voornamelijk Canada en de Verenigde Staten, hangen er ook veel Duitse en Nederlandse naamborden. Het was even zoeken naar een Belgisch bord, maar ook die zijn er te vinden.

Ideëen genoeg naar waar onze volgende trip kan gaan.